Onderwijs

In het onderwijs ligt de nadruk op presteren. Het cijfer- met rapportsysteem heeft een meedogenloze consequentie: wie niet scoort, redt het niet. Veel kinderen hebben wel de capaciteiten voor een bepaald school-niveau, maar vaak blijkt dan toch dat het niet lukt. Hoe kan dat?

 

Ervaring leert dat kinderen niet weten hoe ze moeten leren. Zaken als spreekbeurt/werkstuk (hoe zet ik dat op?) huiswerk plannen (help, ik red het nooit), tekstbegrip (wat moet ik precies leren?), doorzettingsvermogen (ik heb toch wel genoeg geleerd) en zelfkennis (ken ik de leerstof wel echt?) zijn de basis voor goede cijfers.

 

Het onderwijs biedt leerstof talig aan: gestructureerd, op volgorde, in kleine porties en met het accent op de verschillen. Kinderen leren van nature echter visueel, oftewel in beelden: ze willen overzicht, werken liever vanuit gehelen (kaders) en letten meer op overeenkomsten. Niet de leerstof is het probleem, maar de manier van aanbieden en verwerken.

 

Door beeld en taal te combineren wordt optimaal gebruik gemaakt van de mogelijkheden van het brein. Hierdoor zal de leerstof makkelijker en sneller onthouden worden. De kennis gaat als vanzelf naar het langetermijngeheugen.

Met oefeningen en het aanleren van geheugentechnieken ontstaat inzicht in de werking van de hersenen, waardoor bewuster en beter geleerd wordt. Door overzicht te houden, wordt informatie behapbaar en inzichtelijk.